Internationale context van arbeidswetgeving

Huidige context

Een onderdeel van het arbeidsrecht is het gebied dat het ‘individueel arbeidsrecht’ wordt genoemd. Dit betreft individuele (in plaats van collectieve) werknemersrechten op het werk, die voortvloeien uit een individueel contract tussen de werkgever en de werknemer. Ook kan  dit recht voortvloeien uit arbeidsregelingen, of uit jurisprudentie. Arbeidsnormen omvat ook sociale normen (in sommige gevallen ook technische normen) voor de sociaal aanvaardbare minimale omstandigheden waaronder werknemers of aannemers mogen werken. De rechter handhaaft (gedeelten van) het arbeidsrecht. 

Op het niveau van het collectieve arbeidsrecht komen de meeste zaken komen echter voort uit de handhaving door een vakbond, namelijk bijvoorbeeld van een door haar overeengekomen arbeidsvoorwaarde voor haar leden/werknemers. De vakbond dient een klacht in die, indien deze niet wordt opgelost, wordt voorgelegd aan de rechter. In sommige gebieden heeft de handhaving en procesvoering door vakbonden een diepgaand positief effect gehad op de algehele sociale welzijns-voorwaarden. Verbeterde arbeids- en levensomstandigheden die door vakbonden zijn vastgesteld en via de beschikbare wettelijke kanalen worden afgedwongen zijn dan bijvoorbeeld doorgevoerd in wettelijke voorschriften.

Internationaal arbeidsrecht

Internationaal recht komt ​​voort uit verdragen en conventies die vrijwillig door soevereine naties zijn gesloten om voorwaarden voor relaties tussen mensen tot stand te brengen. Bekend was vaak dat deze moreel wenselijk waren, zelfs al was het alleen voor symbolische doeleinden. De eerste van dergelijke conventies bestonden zelfs in de oude wereld. In het koloniale tijdperk vloeit het internationale recht voort uit handvesten die werden verleend door koningen van verschillende Europese landen die kolonies stichtten.

Vóór de Volkenbond en haar opvolger de Verenigde Naties was er al een groot netwerk van gevestigde principes ontstaan. Er zijn oorspronkelijk twee (en sindsdien meer) buitenlandse instanties opgericht om te werken aan de menselijke ontwikkeling en de bevordering van het welzijn van mensen: de Internationale Arbeidsorganisatie en de Wereldbank / het Internationaal Monetair Fonds. Hierdoor hadden de historische tegenstellingen die in alle menselijke samenlevingen bestonden nu wegen en instrumenten waardoor vreedzame vooruitgang mogelijk werd geacht. De IAO om te werken aan, te beschermen en te pleiten voor werknemers en vakbonden. De Wereldbank om de economische ontwikkeling en belangen van werkgevers te vertegenwoordigen en te bevorderen.

Beide kanten van deze historische kloof zijn vaak vertegenwoordigd in internationale bijeenkomsten van wereldleiders, waarbij de secretaris-generaal van de IAO en de hoofden van de Wereldbank en het IMF aanwezig zijn. De arbeidersbeweging maakt zich al lang zorgen dat economische globalisering de onderhandelingsmacht van werknemers zou verzwakken, omdat werkgevers de werknemers in het buitenland zouden kunnen inhuren om binnenlandse arbeidsnormen te vermijden. Karl Marx zei:

De uitbreiding van het principe van vrijhandel, dat tussen naties een zodanige concurrentie induceert dat het belang van de arbeider uit het oog kan worden verloren en opgeofferd in de felle internationale race tussen kapitalisten, vereist dat dergelijke organisaties [vakbonden] nog verder moeten worden uitgebreid en geïnternationaliseerd. 

De Internationale Arbeidsorganisatie en de Wereldhandelsorganisatie zijn een van de belangrijkste aandachtspunten van internationale instanties voor het reguleren van arbeidsmarkten. Conflicten ontstaan ​​wanneer mensen in meer dan één land werken. Het EU-recht kent dan ook steeds meer regels omtrent de werkplek.